
Maatregelengroep 5 : Valorisatie van de biomassa
Maatregelengroep 5 behandelt de biobrandstoffen (tegelijk maatregelengroep 7 in de workshop biodiversiteit raadplegen). Biobrandstoffen, voor de ene een mirakeloplossing voor het milieu, voor anderen een ecologische illusie, draaien om zeer complexe kwesties. Het feit dat ‘agrobrandstoffen’ nu in het middelpunt van de belangstelling staan, heeft te maken met de strijd tegen de klimaatverandering en met de stijging van de olieprijzen.
Een van de belangrijke elementen om de doelstellingen in verband met het verlagen van de uitstoot te behalen is de transportsector bewerken. Deze is verantwoordelijk voor meer dan 21 % van de totale uitstoot van broeikasgassen in de Europese Unie en is in volle expansie. De prioriteit moet uitgaan naar de optimalisering van de mobiliteit en de technologische vooruitgang van voertuigen, maar ook biobrandstoffen kunnen in deze problematische sector vermoedelijk een rol spelen.
Biobrandstoffen stoten bij verbranding geen broeikasgassen uit omdat de CO2 afkomstig van hun verbranding opnieuw wordt opgevangen door de biomassa die voor hun fabricatie wordt geproduceerd. Als men rekening houdt met de hele levenscyclus van biobrandstoffen varieert hun CO²-balans naargelang het soort grondstoffen, hun herkomst en de transformatieprocessen.
Ondanks deze argumenten ontbreekt het nog aan enthousiasme. Een statusrapport uit 2007 over biobrandstoffen toont aan dat biobrandstoffen in 2005 slecht 1 % van het totale brandstofverbruik uitmaakten.
Zelfs als dit cijfer aantoont dat er goede vooruitgang wordt geboekt (een verdubbeling op twee jaar) lijkt de doelstelling van 5,75 % tegen 2010 steeds minder haalbaar. Alleen Zweden en Duitsland haalden in 2005 de doelstelling van 2 %.
België kan biobrandstoffen op twee manieren promoten.
- De eerste moedigt brandstofmengelingen met een hoog biobrandstofgehalte aan. Deze brandstoffen worden vrijgesteld van accijnzen als ze op basis van pure koolzaadolie zijn. Alle andere mengelingen zijn (nog) niet vrijgesteld.
- De tweede moedigt de productie van biobrandstoffen aan. De productie, die vastligt voor 6 jaar, zou België tegen 2010 in de richting van de doelstelling van 5,75 % moeten leiden.
De biomassa die in deze productie-eenheden wordt gebruikt, beantwoordt aan een lastenboek dat met name de volgende criteria bevat:
- milieucriteria (de best mogelijke balans voor broeikasgassen, hoogste energetische doeltreffendheid in de hele keten),
- agronomische criteria (zo weinig mogelijk pesticiden en meststoffen),
- nabijheid (de kortste afstand tussen de productieplaats van biomassa en de productie-eenheid), enz.
Buiten deze twee aanmoedigingssystemen is er niets wat een producent belet om biobrandstof op de markt te brengen (met naleving van de minimale kwaliteitsnormen voor brandstoffen). Deze brandstof zal beschikbaar zijn aan de pomp maar geniet niet van de accijnsverlaging.
Tot op heden is er in België geen accijnsvrije bio-ethanol aan de pomp verkrijgbaar. De productie-eenheden zijn nog in aanbouw en de eerste liters zouden eind 2008 moeten verschijnen. De eerste liters biodiesel werden in 2006 bijgemengd, in totaal 1.150 m³ koolzaad methylester. In 2007 was dat 117.000 m³, hetzij 1% biobrandstof (op basis van het energetisch gehalte) op de totale verkoop van fossiele brandstoffen. België voorziet dat het in 2009 de 5,75 % zal halen, zodra alle productie-eenheden klaar en volledig operationeel zijn.
De productie van biobrandstoffen krijgt echter dikwijls kritiek. Omdat ze landbouw- of bosgrond gebruikt, concurreert ze met de teelt van voedingsgewassen en bosbouw, vooral in het Zuiden. Deze druk kan bijdragen aan verstoringen op de markten en aan de verhoging van de prijzen van levensmiddelen.
De buitensporige ontwikkeling van teelten voor biobrandstoffen kan eveneens een ernstige bedreiging voor de biodiversiteit vormen, wegens de verschraling van de rassen die op grote schaal worden geteeld en het verlies aan habitats dat voortvloeit uit ontbossing.
Energetische producten zoals steenkool, bruinkool, turf, briketten van papier en karton zullen niet worden ondersteund door het leefmilieubeleid. De markt van deze energetische producten wordt gekenmerkt door verlaagde prijzen. In het licht van de derde olieschok is het een uitdaging om mensen met een laag inkomen de mogelijkheid te geven om zich verwarmingstoestellen op hernieuwbare energie aan te schaffen (zonne-energie, geothermische warmte, windkracht, enz). De markt voor vaste en fossiele brandstoffen zal dus steeds onbelangrijker worden.
Er worden vier maatregelen voorgesteld:
- ervoor zorgen dat het grote publiek op een georganiseerde manier alle informatie krijgt over biobrandstoffen die in het Belgische distributiecircuit komen;
- een nationaal waarnemingscentrum voor biomassa oprichten;
- een proefinstallatie voor biobrandstoffen van de 2de generatie opstarten. Deze wegen minder door op de beschikbare landbouw- of bosgrond.
- normen opstellen voor biomassa als brandstof zodat er op korte termijn ketens tot stand kunnen komen die het gewestelijke beleid ondersteunen
Voor meer inlichtingen, zie www.health.fgov.be en typ « biobrandstoffen» in het zoekvenster. U zal er ook een reeks Frequently Asked Questions over dit onderwerp vinden.
Reacties: 3
Voici quelques remarques qui permettent de nuancer sérieusement les soi-disant avantages des agrocarburants :
1. Il serait peut-être plus judicieux d'utiliser le terme AGROcarburants plutôt que BIOcarburants. En effet, BIO à cette connotation positive qui ne convient pas aux agrocarburants : les cultures pour faire des agrocarburants sont intensives et nécessitent de hauts rendements. Beaucoup d'intrants, monocultures, etc., ces cultures montrent les mêmes problèmes que l'agriculture intensive alimentaire.
2. Les rendements ne sont pas du tout parfaits, et je trouve que c'est un abus de prétendre que les agrocarburants n'émettent pas de CO2 car ce dernier serait piégé par la biomasse produite pour leur fabrication. Sans compter la quantité d'énergie (d'origine non renouvelable par ailleurs) nécessaire dans le cycle complet (pratiques agricoles, transformations...).
Des études récentes (publiées dans Science = un journal scientifique reconnu comme sérieux, ce n'est pas de la vulgarisation peu rigoureuse) ont calculé par ailleurs que la quantité de CO2 émises lors de la conversion des écosystèmes originels en cultures pour produire des agrocarburants ne pouvait pas être compensée (par l'utilisation d'agrocarburants) avant de longues périodes (en fonction de l'écosystème originel et de la culture).
3. La production d'agrocarburants entre DEJA en compétition avec l'agriculture alimentaire dans certaines contrées. Comme le considère Jean Ziegler, rapporteur spécial de l'ONU pour le droit à l'alimentation, c'est un facteur qui entre en compte pour la crise alimentaire.
Par ailleurs, n'oublions pas que la conversion de terres agricoles pour produire des agrocarburants dans les régions du Nord créent un appel de denrées alimentaires venant du Sud (ex. Brésil et Etats-Unis) : l'impact existe même si ce n'est pas directement via la production d'agrocarburants.
4. Les aspects techniques sont loin d'être performants pour le moment, surtout en ce qui concerne les carburants de seconde génération (qui permettraient de limiter la compétition avec l'alimentaire). Inévitablement, les OGM sont proposés pour améliorer les rendements. Le débat sur les OGM refait donc surface ici, comme le prouve la demande d'essai en plein air de peupliers OGM (à moindre teneur en lignine, pour faire des agrocarburants) en Belgique !!
Quoiqu'il en soit, il faudra certainement un petit temps avant de réellement ressentir les éventuels avantages des agrocarburants.
Peut-être le temps (et l'argent, et les idées) de mettre au point des techniques vraiment plus avantageuses ?
Je ne pense donc pas, au final, que ça vaille la peine de montrer un tel engouement pour ces agrocarburants, et j'espère que les politiques sauront faire preuve de prudence et mettre les nuances nécessaires, plutôt que se lancer avec trop de conviction sur ce qui pourrait ne pas être si avantageux...
Bonne soirée,
nathan.
Het gebruik van biobrandstoffen dient wel gebonden te zijn aan een strikte opvolging van duurzame criteria, zoals geen ontbossing, geen inname voedselproductie (bv. jathropa, braakliggende gronden in europa). Er dient niet gefocust te worden op 1 product maar ingezet op een verscheidenheid van biobrandstoffen en vooral tweede generatie biobrandstoffen.
Om het globale verbruik te beperken is bindende wetgeving nodig die uitstoot beperkt (verbetering technologie en nieuwe energiebronnen), beperking van voordelen (bv. bedrijfsvoertuigen en diesel), verplichtingen naar energieprestatie van gebouwen (verbeteringen verplichten tegen bepaalde datum, min. laag-energie, bij nieuwbouw passiefhuisstandaard), toestellen met hoog verbruik verbieden (gloeilamp, energieverslindende apparaten zoals oude types van koelkasten ed.).
pour moi, un des principaux problèmes des biocarburants est qu'il donne l'impression au consommateur que l'on a trouvé une solution et qu'il pourra continuer à se déplacer comme précédemment. Or, la meilleure économie en carburant que l'on peut faire est le carburant qui n'a pas été consommé.
Je crains ce qu'on appelle "l'effet rebond". Par exemple, avec les lave-vaisselle, les nouveaux modèles consomment moins d'eau mais comme de plus en plus de gens en possèdent, la consommation globale d'eau a augmenté. Dans le cas des biocarburants, le message que l'on donne à l'automobiliste est le suivant :"on développe des biocarburants qui polluent moins". Donc l'automobiliste ne fera pas d'effort pour utiliser le vélo, les transport en commun, etc... Et on aura besoin de quantité de plus en plus importante de biocarburants. Actuellement, une petite partie des culture est utilisée pour la production des biocarburants. Qu'est-ce qu'il en sera dans 10 ans?
Donc mon point de vue est le suivant: dites aux automobilistes de rationaliser l'usage de la voiture et puis seulement proposez-lui les biocarburants pour les déplacements les plus nécessaires.
Bonne journée à tous.


RSS onderwerpen