Maatregelengroep 1 : De ontwikkeling van offshore windmolenparken

De eerste maatregelengroep zal zich concreet buigen over de voorwaarden voor de ontwikkeling van offshore windmolenparken.

Naar aanleiding van het Energie-Klimaatpakket dat de Europese Commissie onlangs voorstelde en van doelstelling 20-20-20 (20 % vermindering CO2, 20 % verbetering van de energetische doeltreffendheid, 20 % hernieuwbare energie in de eindvraag) die tegen 2020 moet worden behaald, zal België op voorstel van de EU de doelstelling van 13 % hernieuwbare energie moet behalen.

Omdat de mogelijkheden om windkracht op het land te ontwikkelen beperkt zijn, zowel in het Vlaams als in het Waals Gewest (+/- 1000 MW elk), biedt het Belgische Continentaal Plat (onder federale bevoegdheid) een belangrijke mogelijkheid om offshore windmolenparken te vestigen.

De verwachte ontwikkeling van offshore windenergie zal een belangrijke rol spelen in de globale ontwikkeling van hernieuwbare energie in België (een offshore windmolenpark van 300MW dekt ongeveer 1 % van de Belgische eindbehoefte aan elektriciteit). Als er tegen 2020 2000 MW op de Noordzee wordt geïnstalleerd, zou die ongeveer 6 TWh/jaar produceren of +/- 10% van de hele ‘hernieuwbare’ doelstelling tegen 2020.

Maatregelengroep 1 zal de volgende pistes analyseren:

1. de financiële ondersteuning voor het ontwikkelen van windenergie:

  • door te garanderen dat ELIA een gewaarborgde minimumprijs betaalt
  • door een premie te geven van € 25.000.000, toegestaan door ELIA, voor aansluiting op het net
  • door het systeem van groene certificaten uit te breiden naar offshore windenergi

2. de vestigingszone vergroten:

  • door ze uit te breiden,
  • door ze maximaal te benutten (wat is het optimale vermogen van windenergie als men rekening houdt met de technologische evolutie, de gevolgen voor de geïnstalleerde capaciteit per km², de dichtheid van windmolens per km² (potentieel van de zone)),
  • door de toekomstige vestigingszone in overweging te nemen in termen van samenwerking

3. de voorwaarden en toekenningsprocedures voor concessies en vergunningen aanpassen

4. de voorwaarden voor aansluiting op het landnet verbeteren en de kosten verlagen

5. de sociaaleconomische impact van offshore windenergieontwikkeling in België analyseren. Die ontwikkeling zal gevolgen met zich meebrengen qua investeringen, industriële en commerciële mogelijkheden, onderaanneming, uitvoer, technologische ontwikkeling, expertise en knowhow, en zal uiteraard ook gevolgen hebben voor de werkgelegenheid (rechtstreekse en onrechtstreekse), en voor de elektriciteitsfactuur …

De workshop zal de aanwezigheid benutten van de belangrijkste betrokken actoren rond de tafel om die sociaaleconomische impact te behandelen en om de verwachtingen en de cijfers te beoordelen die projectpromotoren en andere deelnemers uit het maatschappelijk middenveld naar voren brengen.

Reacties: 1

Guy
20-05-2008 13:20
Je suis bien content de voir que l’éolien occupe une place de choix dans les perspectives de développement des sources d’énergie renouvelable.

L’éolien terrestre et l’éolien marin (pourquoi utiliser les expressions en langue anglaise alors que de simples qualificatifs francophones suffisent bien..) sont effectivement complémentaires. Les mécanismes qui permettent la mise en place rapide des +/-2000 MW terrestres fonctionnent déjà très bien. L’éolien marin, bien que 2 à 3 fois plus cher à installer, doit venir compléter ce potentiel de production. Avec la perspective de 4000MW de puissance maximale citée dans le message d'introduction de cet atelier, c’est un peu moins de 10% de la demande d’énergie électrique nationale qui pourra ainsi être produite annuellement.

Les avantages de ce mode de production d’énergie électrique sont nombreux…
Les éoliennes produisent une quantité considérable d’énergie électrique... Une éolienne de 2 MW produit sur une année plus de 4 millions de kWh, soit une quantité d’énergie verte capable de satisfaire les besoins en électricité d’environ 1000 ménages, quoi qu’on en dise…
Et ces petits électrons verts s’intègrent parfaitement bien dans notre réseau. En Belgique, le gestionnaire de réseau est tout à fait capable de gérer les variations de la production éolienne, mineures par rapport aux variations de notre consommation électrique.
Les éoliennes produisent cette énergie électrique sans rejeter de CO2 dans l’atmosphère.
Une centrale thermique classique génère plus de 450 kg de CO2 pour produire 1 MWh. Une éolienne de 2 MW permet ainsi en moyenne d’éviter l’émission par le secteur énergétique de plus de 2000 tonnes de C02 par an ! A titre d’illustration, cela correspond aux rejets annuels de CO2 d’environ 750 automobiles…
Les éoliennes sont sans danger, ni pour nous, ni pour nos enfants. Elles ne produisent pas de gaz polluants, ni de déchets difficiles à éliminer. Et elles sont facilement démontables en quelques jours...
Les éoliennes ne consomment pas de combustible épuisable. La source d’énergie primaire, c’est le vent, gratuit, abondant et inépuisable…! Le vent ne nécessite ni prospection, ni extraction, ni transport, ni raffinage, ni distribution, ni traitement de déchets dangereux pour les générations futures… Un MWh produit dans une centrale thermique nécessite de brûler plus ou moins l’équivalent de 215 kg de pétrole. Une seule éolienne de 2 MW permet donc d’économiser environ l’équivalent de 1000 tonnes de pétrole par an!